Ik schreeuw mezelf buiten adem,

opluchting liefst, ventileren bij iemand,

al lukt het mij zelfs met woordenvloed nooit,

nooit echt ten volle, levenslang leren, weet je wel:

waar hoor ik tenslotte bij vandaag?

waar, iemand die me hartelijk beluistert?

 

Of heb ik zelf de deur van mijn hart vergrendeld?

Geen van mijn vier hartkamers open voor iemand?

Schaamte, wat blijft van me over, nu al maar ‘mensje’?

De namen, de ramen van mijn buren, zo ver naast mij.

Maar ik groet ze nauwelijks.  Immers …

 

‘Alles goed?’ Natuurlijk, wat zou ik anders zeggen.

Je mag toch niemand storen, zeker niet lastig vallen …

Dat leerde ik ooit. Door wie eigenlijk? Mezelf wijs-gemaakt.

Zo wijs is dat eigenlijk niet, want in mijn dichte omgeving,

ja, mensen willen om mij geven, flink opruimen in mijn kamers …

wie weet, mag er toch iemand mijn drempel over …

 

Nu heb ook ik geen drempelvrees meer,

tenslotte toch elkaar om-armen …

zo laat ik de armen niet, nooit meer zakken.

Zeker weten, wijs geworden, ik hoor erbij.

 

Als ik zelf de stap buiten mezelf zet,

grenzen voorbij … ooit, vanuit ‘mijn pure wil van liefde’,

essentiële verplaatsingen naar de meest kwetsbare mens eerst

het gebeurt zeker, stapsgewijs, zo levenswijs ben ik geworden.