Eenzaamheid en angst zijn bedreigende gevoelens alsof je op zee op versleten drijfhout ronddobbert.

De vrijheid om alleen te zijn daarentegen kan je koesteren alsof je je omringd weet door drijfgoud in de weerspiegeling van de zon op zee.

Een leven lang bewegen we van samenzijn naar ‘alleenheid’ naar eenzaamheid. Het coronatijdperk verscherpt dit bewustzijn, willen of niet. “Eenzaamheid kunnen we bij onszelf of bij een ander niet opheffen, wel kunnen we haar samen dragen”, zo ongeveer zei Prof. Paul Ghijsbrecht het destijds in zijn college aan UGent. Er zijn evenwel zoveel mensen die hun lot concreet alleen moeten dragen. Het is dan ook van het grootste belang om aan te voelen wat ze wensen zonder opdringerig te zijn.

Ook al geniet ik van het gezelschap van mijn man, toch mis ik algauw mijn kinderen en kleinkinderen. Corona maakt ons behoedzaam als we hen dan toch eens kunnen ontmoeten.

Los van corona ken ik dat (on)bewuste gevoel van angst en eenzaamheid dat me als kind in de greep hield, toen mijn moeder ziek werd. Ook al sloegen we er in ons gezin goed door, toch is er een basisveiligheid weg. Je staat er een stuk alleen voor. Je moet deels voor jezelf instaan, meer dan je draagkracht aankan. Dat gevoel werd nooit uitgesproken, laat staan gedeeld.

In mijn volwassen leven kwam ik tot dat besef toen ikzelf een rugzakje van ziekte en bezorgdheid moest dragen. Nu ik erop terugblik, hebben we een heel parcours afgelegd. Zo verlieten we ons vertrouwde huis in Deurle en kwamen we in Oostende wonen, waar ook onze dochter en haar partner wonen. Een hele omwenteling voor mij, meer dan voor mijn man die op wandel langs de vloedlijn op adem komt. Loslaten van ons huis, onze buurt, dat ligt me niet goed. Natuurlijk is er tussen de kust en het binnenland geen muur. Oostende lachte ons ook toe in de mooie nazomer van 2018. De open lichtgevende zee werd onze gastvrouw. De stad vergastte ons op ontmoetingen dankzij het rijke cultuuraanbod. We legden nieuwe contacten. Onze dochter is ons nabij zonder overdreven bezorgdheid. We wonen in een appartementsgebouw in Stene, waar de buren allemaal kustbewoners zijn. Net als wij, zijn er paren die hun huis verlieten om kleiner te wonen. Ook zijn hier jonge mensen die hier hun zelfstandige leven beginnen. Onze buren hebben een warm hart en wijden ons compleet in zodat we overal de weg vinden. We wisselen hier kranten en weekbladen uit. Kortom, we worden opgenomen in alle schakeringen van het stads- en kustleven. We zijn hier dus goed genesteld. Mevrouw Corona legt ons nu wel beperkingen op. Maar we hebben het er niet moeilijk mee dat we alleen (met twee weliswaar) moeten zijn want we vinden solidariteit in de strijd tegen het virus zeer belangrijk. Het is een opgave maar ook een gelegenheid tot stille verdieping. Applaus in onze straat tijdens de eerste lockdown schiep een sfeervolle band. En een praatje op afstand, daar sluiten we graag bij aan. En ook ik waai graag uit op het strand, de dijk, met mondmasker op.

Van samenzijn naar alleen zijn, naar eenzaamheid… ze horen bij de levenservaring. Voor mij zijn ze tevens een bron tot inleving voor wie het echt moeilijk heeft.