flor vandekerckhove

James Ensor of een grande casserole de moules

Vijfenzeventig jaar na datum neem ik weer de tram naar de stad aan zee

En deze keer met Dylan en Lieven Tavernier en ook Gustje is weer mee

En Karl Lagerfeld natuurlijk gezeten naast dat madammetje van Vive la Fête

En voor een keer ook Marcel Broodthaers omdat hij ervaringsdeskundig is

Dat madammetje van Vive la Fête zingt stilletjes in Karls oor contre moi très

Lentement oui comme une grande casserole de moules oui contre moi très

Lentement oui comme ça tu ne vois rien du tout je suis derrière toi contre moi

Tais toi maintenant ne dis rien te prendre dans mes bras ça fait du bien

Ik trek mijn stoute schoenen aan want ik weet dat Marcel Broodthaers Vlaams

Spreekt wat hij van vader Emile geleerd heeft en dat het bijgevolg heel waar

Schijnlijk is dat hij mij verstaat en ik vraag hem op de man af of het waar is dat

James Ensor nooit ofte nimmer een grande casserole de moules geschilderd heeft

Er ontwikkelt zich een gesprek op die tram dat niet alleen over mosselen gaat

Maar tevens over oud worden en het leven & de dood en over de scabreuze

Kleptomanie van ’s werelds grootste singer-songwriter want het is echt wel

Wonderbaarlijk waarover die mensen allemaal kunnen meepraten en ik ook

Zo rijden we welgemutst tramhaltes Oosteroever en Vismijn voorbij en ook

Oostende Station en ik zeg tegen Bob Dylan dat ik op die tram heb leren

Dichten op de cadans van de wielen over ‘t spoor en Bob vraagt me om een

voorbeeld en ik sta recht op ‘t stoeltje en schraap mijn keel en zeg luid & klaar

Nou, ik verliet Bredene en strandde in Oostende na een tramrit zo hobbelig dat ik

Er om huilen moest en in ’t stad passeerde ik pasters met een rok aan en toen ik

Afstapte aan halte Koninginnelaan stond iedereen in rij om mij te groeten terwijl

Ik de bib in trok om er dit meesterlijk geschreven meesterwerk te deponeren

Dat uiteraard over jonge maagden gaat die mosselen trekken om die aan Marcel

Broodhaers te schenken en aan dat madammetje van Vive la Fête dat naast Karl

Lagerfeld zit en aan Bob Dylan om het in zijn meesterwerk te kwakken dat hij wil

Schilderen en natuurlijk ook aan Lieven Tavernier want zijn we niet met zessen en

Komen we niet van ergens en gaan we niet ergens naartoe en kijken we door tram

Ramen niet naar mensen met hun drukke gedoe en lopen we niet met ons hoofd

In de wolken en roept niet iedereen kijk daar rijdt de fanfare van honger en dorst

En weten we niet allen dat je voor mosselen en friet in ’t Mosselhuis moet zijn

Nu doorklieft Lagerfelds sardonische lach het gewelf van de tram en net voordat

Lagerfelds lach in het multiversum opgenomen wordt meen ik er het accent in te

Herkennen van een uit Antwerpen aangespoelde nieuwe Oostendenaar met een

Lagerfeldmasker op dat Gustje in de muilenwinkel van zijn baas heeft ontvreemd

Plaats een reactie